Op deze pagina kunt u lezen waarin Fauna Futura is gespecialiseerd. Indien de soortgroep waar het voor u om gaat er niet bij staat, neem dan even contact op met het bureau. Er is samenwerking met een aantal andere bureaus.

Vleermuizen

Alle vleermuissoorten in Nederland zijn volgens de Flora- en Faunawet in meerdere of mindere mate beschermd. Vleermuisonderzoek is nodig bij wegenaanleg, het slopen van gebouwen, bij nieuwbouw en bij uitbreiding van gebouwen en woningen (dakkapellen, serres en nieuwe daken). Ook is vleermuisonderzoek nodig bij het kappen van bomen en bij het aanbrengen van buitenverlichting.

Voor vleermuisonderzoek zijn inventarisaties zowel in het voorjaar, de zomer als het najaar nodig en soms ook in de winter. Houd bij uw planning van het project rekening met tenminste een jaar onderzoek.

Fauna Futura volgt bij de vleermuisinventarisaties het Vleermuisprotocol. Volgens het protocol wordt per vleermuissoort onderzoek gedaan naar de functionaliteit van het gebied voor de vleermuizen: zomer- en kraamverblijven, paar- en winterverblijven, essentiële foerageergebieden en vliegroutes. Per vleermuissoort wordt bepaald welke functies het projectgebied heeft.

Gedurende de inventarisaties worden geluidsopnames van vleermuizen gemaakt. Dit wordt geanalyseerd. Bij twijfel wordt overlegd met andere vleermuisinventarisatoren.

Onderzoeksmateriaal

  • Batdetector D100
  • Batdetector D240x
  • Opname apparatuur Edirol en Batsound

Resultaatverwerking
Rapportage met de volgende punten erin:

  • Methode: werken volgens Protocol vleermuizen (jaarlijks nieuw!)
  • Overzicht: weersomstandigheden, datum, tijd.
  • Resultaten beschreven (wordt ook doorgegeven aan waarneming.nl behalve wanneer niet gewenst) en functionaliteit van het gebied voor de vleermuizen.
  • Overzichtskaarten met waarnemingen per seizoen
  • Advies vervolgprocedure: maatregelen of ontheffing

Muizen

Er is maar een aantal soorten muizen beschermd bij de Flora- en Faunawet. Onderzoek naar bijvoorbeeld de zwaar beschermde waterspitsmuis is veelal nodig in natte gebieden. Wanneer er gegraven wordt of maaiwerkzaamheden plaatsvinden in ruige graslanden, dan is onderzoek naar muizen nodig.

Voor muizenonderzoek zijn inventarisaties in het najaar nodig, wanneer de muizenpopulatie het grootst is. Houd met de planning van uw project hier rekening mee.

Fauna Futura volgt bij de muizeninventarisaties de IBN+-methode. In deze methode is het aantal vangdagen geoptimaliseerd om de vangst te vergroten en tegelijk de muizensterfte in de vallen zo laag mogelijk te houden.

Onderzoeksmateriaal

  • Inloopvallen worden gehuurd

Resultaatverwerking
Rapportage met de volgende punten erin:

  • Methode: werken volgens IBN+-methode
  • Overzicht: aantal vallen, datum, locatie
  • Resultaten beschreven (wordt ook doorgegeven aan waarneming.nl behalve wanneer niet gewenst) met foto’s indien mogelijk en functionaliteit van het gebied voor de muizen.
  • Advies vervolgprocedure: maatregelen of ontheffing


Amfibieën

Er zijn in Nederland 16 soorten amfibieën voor welke allemaal in meerdere of mindere mate beschermd zijn volgens de Flora- en faunawet. Voorbeelden hiervan zijn: rugstreeppad en vinpootsalamander. Wanneer een gebied waterrijk is, is de kans op aanwezige amfibieën groot. Bij verandering van bijvoorbeeld het talut van een sloot is onderzoek nodig. Ook bij schonen, dempen of baggeren is onderzoek nodig. En wanneer er water gegraven of gedempt wordt moet er altijd een onderzoek plaats vinden welke soorten er aanwezig zijn.

Onderzoek vindt vanaf de lente plaats, ten tijde van voortplanting. Er vindt een gebiedsdekkende inventarisatie plaats om inzicht te krijgen in welke soorten er waar voor komen, dit gebeurt zowel overdag als in de avond.

Ook vindt er een poelen-, water inventarisatie plaats, er wordt dan gekeken naar paddensnoeren of kikkerdril of kikkervisjes.

Fauna Futura werkt volgens de Ravon-methode. De inventarisatiemethode verschild per soort.

Onderzoeksmateriaal

  • Schepnet
  • Cuvet
  • Laarzen

Resultaatverwerking
Rapportage met de volgende punten erin:

  • Methode: werken volgens Ravon inventarisatie methode
  • Overzicht: aantal plekken waar geschept is met net, datum, weersomstandigheden
  • Resultaten beschreven (wordt ook doorgegeven aan waarneming.nl behalve wanneer niet gewenst) met foto’s indien mogelijk.
  • Advies vervolgprocedure: maatregelen of ontheffing

Reptielen

Er zijn in Nederland 7 soorten reptielen voor welke allemaal volgens de Flora- en faunawet worden beschermd. Voorbeelden hiervan zijn de zandhagedis en de ringslang. Wanneer uw project uitgevoerd wordt op een heide- of zandgebied is de kans groot dat bovenstaande soorten onderzocht moeten worden. In het westen van het land is de kans aanwezig dat u een ringslang of een hazelworm aantreft op de mogelijke bouwlocatie.

Bij reptielenonderzoek zijn inventarisaties in het voorjaar en de zomer nodig. Er wordt op dagen met goed weer geïnventariseerd, een aantal maal per gebied gedurende het seizoen. Er vindt een gebiedsdekkende inventarisatie plaats.

Ook biedt Fauna Futura monitoring van gebieden aan. Er worden dan bepaalde trajecten in een gebied gelopen, voor meerdere keren per jaar. Indien gewenst kan dit herhaalt worden om de zoveel jaar. Op deze manier ontstaat een trendmatig overzicht van soorten binnen een gebied en kunnen gebieden met elkaar vergeleken worden.

Fauna Futura werkt volgens de Ravon-methode. De inventarisatiemethode verschilt per soort.

Resultaatverwerking
Rapportage met de volgende punten erin:

  • Methode: werken volgens ravon inventarisatie methode
  • Overzicht: locatie, datum en aantallen
  • Resultaten beschreven (wordt ook doorgegeven aan waarneming.nl behalve wanneer niet gewenst) met foto’s indien mogelijk.
  • Advies vervolgprocedure: maatregelen of ontheffing

Stadsvogels

Tijdens uitvoering van werkzaamheden wordt vaak tegen het broedseizoen aangelopen. In het broedseizoen zijn vogels erg gevoelig voor verstoring, en heeft verstoring verre gevolgen. Indien broedende vogels (onbedoeld) verstoord worden verlaten zij hun nest en kan het broedsel verloren gaan. Vandaar dat alle inheemse broedende vogelssoorten en hun nesten beschermd zijn. Sommige nesten van bepaalde soorten vogels zijn jaarrond beschermd.

Voor stadvogelsonderzoek zijn invetarisaties vanaf half maart tot juli nodig. Er wordt geïnventariseerd rond zonsopgang met goede weersomstandigheden (in ieder geval geen regen). Dan zingen de vogels het meest actief.

Fauna Futura werkt volgens de BMP methode van Sovon. De stadsvogels worden in een seizoen 4 a 5 maal geïnventariseerd en op die manier vastgelegd hoe en waar hun territoria zich bevinden. Indien mogelijk wordt gewerkt met de door dienst regelingen vastgestelde soortenstandaards, zoals voor de soorten huismus en gierzwaluw.

Onderzoeksmateriaal

  • Verrekijker Bushnell 10 x 40

Resultaatverwerking
Rapportage met de volgende punten erin:

  • Methode: werken volgens BNP methode van Sovon
  • Overzicht: locatie, datum en aantallen aangegeven met territoria op een kaart
  • Resultaten beschreven (wordt ook doorgegeven aan waarneming.nl behalve wanneer niet gewenst) met foto’s indien mogelijk en de functionaliteit van het gebied voor de vogels
  • Advies vervolgprocedure: maatregelen of ontheffing